Interview: Het meisje in Griet Op De Beeck

Writing Girl interviewt de beste schrijfsters: Het meisje in Griet Op De Beeck

Writing Girl interviewt haar rolmodellen

Niet eerder was ik zo verslaafd aan een verteltrant van een schrijfster als Griet op de Beeck. Haar verteltrant is zo melancholisch, ik ging er in mijn hoofd Belgisch van ‘klappen’. Ik kreeg kippenvel, kon het boek niet wegleggen en wilde dat ik het zelf had geschreven. ik las ergens: ‘Een tsunami van emoties die me in een ruk meesleurt richting de laatste bladzijde, zo zou ik Vele hemels boven de zevende kunnen omschrijven.” en dat deel ik.  Maar als je me nu echt zou vragen welk gevoel het hardst bleef hangen na het lezen van dit boek, dan zou ik zonder twijfel direct antwoorden: ‘Oef, ik ben niet alleen…’

Griet Op De Beeck krijgt nog steeds bijna dagelijks brieven van lezers die haar willen bedanken voor het schrijven van dit boek, en haar willen vertellen wat het met hen gedaan heeft. ‘Uiteindelijk zit in het allerpersoonlijkste het meest universele’ zei Griet. Ze slaat de spijker op de kop. Want zijn we uiteindelijk niet allemaal al worstelend met onszelf en het leven op zoek naar het groot geluk, dat helaas niet altijd zo makkelijk te vinden blijkt? Dit boek doet nadenken: ‘Ben ik eigenlijk wel zo goed bezig?’, en dit boek doet inzien: ‘Het leven is kort, ga ervoor en doe wat je gelukkig maakt, anders kan het wel eens veel te lang zijn.’ Lees dit interview, en zeker ook haar boek, en ontdek zelf –zoals op de achterflap staat- waarom deze schrijfster gekomen is om te blijven en voedt jezelf met haar schrijftips. 

Ik las in een interview dat je al heel jong met schrijven bezig was, voor een regionale krant, maar schreef je ook voor jezelf? Had je een dagboek?

“Dagboeken heb ik nooit bijgehouden, maar ik schreef wel veel brieven. Ik heb een zus die een tiental jaar ouder is en dus al op kot zat terwijl ik nog thuis woonde. Naar haar heb ik heel veel brieven geschreven, brieven die niet gingen over wat ik gisteren gegeten had en met welke vriendin ik was gaan bowlen. Neen, die gingen meer over het leven zoals het was en dat soort dingen. Dat was dus wel min of meer zoals andere mensen dagboeken schrijven, denk ik. Ik schreef ook regelmatig verhalen maar aangezien er gewoon zo ontzettend veel tijd kroop in het schrijven voor die krant, was ik dus vooral daar mee bezig.”

Vele hemels boven de zevende is geen autobiografische roman, wel een hele persoonlijke. Lou, 13 jaar, voelt zich duidelijk niet thuis op haar middelbare school: het lukt haar niet goed om vriendinnen te maken, ze voelt zich anders, schaamt zich, kan niet goed over persoonlijke dingen praten, is eenzaam,… Vertelt dit ook veel over hoe jij je voelde toen je die leeftijd had?

“Ik vond de middelbare school een hel. Je zit er gedwongen in een groep waar iedereen dan ook nog eens zo hard mogelijk op elkaar probeert te lijken om vooral niet anders te zijn. Ik ben daar nooit heel erg goed in geweest en was ook heel onzeker. Mijn school was een jongensschool die voor de eerste keer gemengd werd toen ik er kwam: wij waren dus met een stuk of dertig meisjes in een school met honderden jongens. Dat aantal groeide maar het bleef wel een overgewicht van jongens tegenover meisjes. De eerste 3 jaar gingen nog, daarna ben ik grandioos gedumpt geweest door mijn twee beste vriendinnen. Van de ene op de andere dag zagen ze het niet meer zitten en wilden ze “mijn vriendin niet meer zijn”. Daar stond ik dan… Het is nooit meer echt goed gekomen tussen ons. Ik had gewoon ook zó weinig emotioneel en qua interesses te maken met de anderen. Ik heb mij daar ongelofelijk alleen en geïsoleerd gevoeld. Gelukkig heb ik op die zes jaar tijd toch een stuk of drie legendarische leerkrachten gehad die mij heel erg gestimuleerd hebben in dat schrijven en mijn liefde voor de kunst, in mijn eigen mens worden en zijn, die mij geleerd hebben om niet bang te zijn om een afwijkende mening te hebben. Aan hen heb ik echt enorm veel gehad. Ik hoop echt dat jongeren die zich op dit moment eenzaam, ellendig en onbegrepen voelen, weten dat het alleen maar beter wordt. Echt waar. Niet dat het leven er zo veel gemakkelijker op wordt, in hoe het zich existentieel aandient met al zijn verdrieten en grote en kleine problemen. Maar dat dwangmatige, dat MOETEN meedoen met de hoop en zorgen dat je de juiste trui aanhebt en vooral niet de foute schoenen, dat MOETEN geïnteresseerd zijn in nagellak en jongens met brommers, dat gaat over. Ik zweer het u.”

Ik heb mij op de middelbare school ongelofelijk alleen en geïsoleerd gevoeld. Ik hoop echt dat jongeren die zich op dit moment eenzaam, ellendig en onbegrepen voelen, weten dat het alleen maar beter wordt.

Je was dus blij toen je eindelijk van die middelbare school weg kon?

“Absoluut. De universiteit, mán dat was een openbaring. Plotseling leerde ik allemaal mensen kennen waarvan ik geen idee had dat ze bestonden, mensen zoals ik, mensen die geïnteresseerd waren in dezelfde dingen. Dat was zo’n geruststelling! Er zijn veel mensen die meewarig terugkijken op hun studententijd: ‘ach ja, de unief, zo interessant was dat allemaal niet…’ Maar ik heb het geluk gehad om mij daar vier jaar lang bezig te mogen houden met boeken lezen. Natuurlijk waren er een aantal strontvakken, maar zelfs die strontvakken deed ik met veel plezier na de scheikunde in de humaniora…”

Als je zou kunnen, welke tips zou je willen geven aan je 15-jarige zelf? Wat zou je aan jezelf willen vertellen?

“Ik zou mezelf vooral heel erg willen troosten en geruststellen. Liefde, waardering en aandacht waren bij ons thuis niet zo vanzelfsprekend als het zou moeten zijn. Ik heb héél lang, nog tot ver voorbij mijn jeugd, mijn best gedaan om te zijn wie ik dacht dat zij wilden dat ik was. Als ik op mijn vijftien jaar had geweten dat dat allemaal niet nodig was, want dat het toch niets zou uithalen, dan zou ik misschien veel meer en eerder mijn energie hebben kunnen stoppen in proberen te zijn wie ik dacht dat ik het liefste was. Dan zou ik veel rapper veel verder hebben gestaan, en niet zo bang geweest zijn om een boek te schrijven. Ik ben echt niet het huilerige, met spijt achteruit kijkende type, maar als iemand mij op mijn vijftiende al bepaalde dingen duidelijk had kunnen maken, dingen die ik op dat moment gewoonweg nog niet kon weten, dat zou fantastisch zijn geweest.”

Ik was altijd bang dat mensen zouden ontdekken wie ik echt was, en dat alles dan zou ophouden.

Wat wil je nog doen in dit leven?

“Wat ik nog wil bereiken? Het groot geluk! Ik kom al van ver, ik weet niet of dat bij anderen ook zo is, maar zowel op mijn vijftiende als op mijn vijfentwintigste en ook nog wel een beetje op mijn vijfendertigste, vond ik het leven echt ongelofelijk moeilijk. Nochtans, ik ging er voor, deed door en bleef niet bij de pakken zitten. Op oppervlakkige niveaus zag mijn leven er dus voor de meeste mensen heel goed uit langs de buitenkant. Maar vanbinnen deed alles zeer, alles deed zo enorm veel zeer. Ik was altijd bang dat mensen zouden ontdekken wie ik echt was, en dat alles dan zou ophouden. Ik had het gevoel dat ik de schijn goed kon ophouden, maar dat dat niet zou blijven duren. Ik stak mezelf stokken in de wielen en had het niet eens door… En toen ben ik iemand tegengekomen die ik dus eigenlijk op mijn vijftiende al had willen ontmoeten, iemand die mij heeft doen nadenken en mij heeft doen stilstaan bij het feit dat ik mezelf zo erg die stokken in de wielen stak. Dán pas ben ik mijzelf echt cruciale vragen gaan stellen: ‘Waarom kies ik elke keer opnieuw voor een man die mij niet gelukkig maakt, en ik hem dus ongetwijfeld ook niet?’ ‘Waarom maak ik elke keer opnieuw dezelfde fouten?’ Door mijzelf dat echt ten gronde af te vragen, heb ik ontdekt dat op al die vragen dus wel degelijk antwoorden bestaan, dat je heel goed kunt begrijpen waarom je bepaalde dingen doet en dus ook bepaalde fouten steeds opnieuw maakt. Wanneer je dat allemaal doorkrijgt, kun je dat veranderen, en daar ben ik dus al een heel eind in geraakt. Een van de bewijzen is dat ik eindelijk dat boek heb geschreven. Het is zo ongelofelijk plezant om nu te zien dat het gelukt is. Nu wil ik alleen nog maar meer. Ik ga voor een meterke boeken als het even kan en ben momenteel keihard aan het werken aan mijn tweede boek, wat echt doodeng, heel plezant en super spannend tegelijk is. Daarnaast wil ik ook meer scenario’s voor films en series gaan schrijven. Jan Matthys gaat mijn boek nu verfilmen en hij heeft mij gevraagd om het scenario te schrijven. Echt gebruikelijk is het niet dat je zoiets van je eigen boek doet, maar ik vond dat enorm plezant. Het is gewoon ook heel fijn om naast de gore eenzaamheid van de romanschrijverij projecten te hebben waarbij ik met anderen kan samenwerken.”

Wat was de aanleiding tot het schrijven van je boek?

“Ik denk dat de meest anekdotische aanleiding was dat ik gescheiden ben, wat echt geen evidente beslissing was om te nemen. Het moment waarop ik uiteindelijk die keuze heb gemaakt, een keuze voor mezelf, was ook een moment waarop ik besefte dat ik er deze keer echt iets mee moest doen, met die keuze voor mijn eigen tijd, ruimte en vrijheid. Ik was nu al zo lang aan het zeiken over een boek… Uiteindelijk heeft het nog twee jaar geduurd vooraleer ik dan echt de eerste zinnen geschreven heb, maar eens begonnen was het boek na amper vier maanden al klaar. Het verhaal zat zó klaar na al dat wachten.”

Wat maakt je gelukkig?

“Niet echt een verrassing, maar schrijven is iets wat mij echt heel gelukkig maakt, hoe verschrikkelijk beangstigend het soms ook mag zijn. Een nieuw boek uitbrengen betekent dat er weer critici op worden losgelaten, en misschien vinden mensen het slechter dan het vorige boek, want dat is natuurlijk zo dat als je het met je eerste boek goed doet. Tja, gaat mijn tweede boek daar tegenop kunnen? Langs de andere kant is er niets lekkerder dan een dag waarop je een uur of vijf geschreven hebt en een paar bladzijden hebt waarvan je bijna zeker bent dat je ze morgen nog goed gaat vinden. Schrijven is voor mij het meest troostende wat er is. Als ik een dag heb waarop het echt niet lukt, en het gaat dan toch om te schrijven, dan komt alles goed. Dáár word ik heel gelukkig van, en natuurlijk ook van de belangrijke mensen in mijn leven. Samenzijn met die mensen die je graag ziet en waarbij je echt 100% jezelf durft te zijn, dat zijn momenten waarvoor ik leef, die ongelofelijk intense momenten waarop je echt het gevoel hebt van ‘jij en ik zijn hier nu heel erg samen’. Datzelfde gevoel kan ik trouwens ook hebben met kunst: ik kan ongelofelijk blij worden door een fantastisch schilderij te zien, of door een boek te lezen waarvan ik achteraf denk, deju, dat had ik zelf willen schrijven!”

Ik ben niet bang van oud worden of van de dood, maar wel van eenzaamheid.

Vind je het eng/erg om ouder te worden?

“Ik ben er geen fan van. Als ik vrouwen van rond de zeventig alleen in de Delhaize zie staan met hun hondje en hun caddy’tje met twee wortels in, die dan een praatje maken met de kassajuffrouw omdat je voelt dat ze voor de rest van de dag met niemand anders gaan praten, dan kan mijn maag wel omdraaien. Ik ben niet bang van oud worden of van de dood, maar wel van eenzaamheid. Het idee dat de wereld rondom je kleiner en kleiner wordt omdat alle mensen wegvallen… Mijn overgrootmoeder is achtennegentig geworden, en als ik naar die laatste jaren van haar leven kijk dan zou ik dat echt niet meer zien zitten. Plotseling zit je daar in een bejaardentehuis waar je bingo moet spelen en Calimero’s moet inkleuren. In die zin ben ik dus wel bang van ouder worden: van te lang te oud en eenzaam te moeten zijn, om volledig afhankelijk van anderen te zijn. Maar goed, ik ga ervoor om kerngezond en mentaal fris tot mijn achtentachtigste boeken te blijven schrijven en dan ook nog eens een nobelprijs te winnen.” (Lacht)

Waar ben je het meest trots op?

“Op het feit dat ik op een bepaald moment beseft heb dat mijn leven van mij is en dat ik daarmee moet doen wat mij vooruithelpt, en wat dus onvermijdelijk ook beter is voor al de anderen. Ik heb altijd heel veel schrik gehad om dingen aan te pakken en te durven te veranderen. Grenzen trekken vond ik moeilijk want ik dacht dat anderen daar dan de rekening voor zouden moeten betalen, wat ik absoluut niet wou. Wat blijkt: vanaf het moment dat je dat dan toch doet, gaat het juist inspirerend werken en gaan die anderen ook een aantal conclusies trekken voor zichzelf. Heel veel mensen blijven maar dingen doen waar ze zich eigenlijk helemaal niet goed bij voelen, en vaak durven ze dat niet eens aan zichzelf toe te geven, willen ze het niet inzien. Ik heb dat zelf ook veel te lang gedaan, tot ik dus beter leerde weten. Laat je leven niet wegtikken en ga voor die dingen die je écht gelukkig maken, die je écht blij maken, waar je écht jezelf bij kan zijn.”

Wat zou volgens jou de wereld beter maken?

“Awel dát. Mensen die proberen zichzelf te begrijpen en proberen om de beste mens te zijn die ze kunnen zijn. In de eerste plaats voor zichzelf en dan ook voor de rest. Een magische bescherming tegen verdriet en ellende bestaat natuurlijk niet, maar als de grond waarop je staat eindelijk wat steviger wordt en niet een soort van zelfbedrog is, dan ben je al een heel eind. Er zijn heel veel mensen die veel te vaak, al dan niet tegen zichzelf, zeggen dat ze gelukkig zijn terwijl dat eigenlijk niet het geval is. Dat zijn diegenen die alles zo veel mogelijk buiten proberen te houden, die vooral niet te veel engageren en zeker niet te veel situaties aangaan waarin ze potentieel gekwetst kunnen worden. Dat is zo jammer want vanaf het moment dat je jezelf durft te tonen gebeuren wél alle schone dingen, in alle kwetsbaarheid, en dat is iets wat mensen nooit tegen u gebruiken. Ze hebben mij in het begin dikwijls gevraagd of ik naar aanleiding van mijn boek toch zeker niet te veel persoonlijke dingen zou vertellen? Natuurlijk wel! Mijn verdriet en ellende lijken namelijk nogal hard op die van de rest, dus waarom daar zo mystiek daarover doen? Waarom mag je bepaalde dingen niet vertellen? Mensen zijn daar zo bang en wantrouwig voor, maar uiteindelijk komen ze wel allemaal zeggen dat ze zichzelf ongelofelijk hard in het boek en de personages herkennen, dat is dus echt niet nodig! Het is juist mooi als mensen zichzelf doodeerlijk langs hun meest kwetsbare kant laten zien, dat ze zichzelf blootgeven, dat vraagt ongelofelijk veel moed, maar het is dát ook wat het juist zo mooi maakt. Als iedereen daar al eens mee zou beginnen…”

Er zijn heel veel mensen die veel te vaak zeggen dat ze gelukkig zijn terwijl dat eigenlijk niet het geval is.

Wat vond je het moeilijkste aan het maken van je boek?

“Het moeilijkste was het punt waarop ik moest beslissen dat het boek af was, het punt waarop ik besloot om het boek naar een uitgever te brengen. Dat was heel eng, maar op een bepaald moment kon ik het gewoon niet beter krijgen. Toen ik dus besloot dat mijn boek “af” was, had ik enorm veel schrik dat mensen het maar niets zouden vinden, ondanks dat ik het al had laten lezen aan een paar mensen uit mijn omgeving die zelf ook veel met schrijven bezig zijn, waaronder Peter Verhelst en Tom Lanoye, en die waren allemaal enthousiast. In die zin stelde dat mij dus wel gerust.”

Is het confronterend om je eigen boek opnieuw te lezen?

“Het is echt heel bizar om nu mijn boek te herlezen. Als ik morgen bijvoorbeeld ergens op een evenement ga vertellen over mijn boek en ik geschikte fragmenten moet vinden om voor te lezen, dan vind ik dat heel vreemd. Ondertussen is er toch alweer een jaar voorbij, denk ik anders over bepaalde dingen en zou ik bepaalde dingen dus ook anders doen. Sommige fragmenten vind ik niet goed meer, of toch niet goed genoeg. Maar ik heb écht geen behoefte om hetzelfde boek opnieuw te schrijven. Ik weet ook dat het niet nodig is om mij te generen, gezien het succes van het boek. Er was een periode dat ik echt alle dagen mails kreeg van onbekende mensen die mij wilden laten weten wat het boek met hen gedaan had, da’s ongelofelijk om mee te maken. Het is dus niet zo dat ik nu vind dat het nooit gepubliceerd had mogen worden, zo erg is het niet.”

Kan je mij iets vertellen over je nieuwe boek?

“Toen Vele hemels boven de zevende net één dag in de winkels lag, stond ik op de scène van de Bourla met Saint Amour. Achteraf was er een boekenverkoop en Marcel Möring, een Nederlandse schrijver die ik verder helemaal niet ken, is zo lief geweest om mijn boek te kopen. Ik dacht dat hij dat uit beleefdheid deed, maar ’s anderendaags kwam hij terug en vertelde hij dat hij zijn hotelkamer niet was uit geweest omdat hij zo bezeten was door Vele hemels boven de zevende. Dat was een ongelofelijke geruststelling dat een schrijver waar ik helemaal niets mee te maken had mijn boek goed vond. Daarna heeft hij ook nog tegen mij gezegd dat hij dacht dat er onder dit boek, nog een dieper boek zat. Wel, ik hoop met heel mijn hart dat ik dát boek nu aan het schrijven ben.”

Writing Girl interviewt Griet Op De Beeck Dit interview is in 2014 afgenomen, mbv Charlie Fuck Fake.