Streeploos venster

Kijk jij nog door een streeploos venster? Vorige week mocht ik bij een heel leuk radioprogramma aanschuiven en de presentatrice vroeg honderduit over m’n boek en mijn leven. ‘Sommige mensen weten niet eens wie ze zijn,’ zei ze, ‘weet jij wie je bent?’ Ze keek me doordringend aan over de microfoon.

‘Uhhhhh,’ (Oei, fout! Bij de radio mag je nooit stiltes laten vallen of stotteren) natuurlijk weet ik wie ik ben en waar ik voor sta! Maar ’t zweet brak me toch een klein beetje uit, want je gedachten flitsen direct naar wat ‘men’ ook zou zeggen en of jouw waarheid wel klopt, zonder in cliché’s te vallen. En vertel je dan over dat persoon voor de buitenwereld of die juist heel privé is? Een lastige vraag die ik beantwoordde als een elevator pitch. Lief, behulpzaam, krachtig, eerlijk en moeder van een zoon. Zo, daar was ik mooi van af. Maar er is natuurlijk nog zo veel meer. Veel meer, een mens heeft vele verschillende facetten. En dan heb je ook nog eens te maken met hoe andere mensen jou zien en tezamen jouw beeld vormen. Daarom geef ik je deze oefening, een schrijfoefening die bestaat uit twee delen: de uiterlijke en innerlijke kenmerken die jou typeren en je ziel. Ook in deze oefening geldt: gebruik het eerste woord dat in jou opkomt, je kunt het niet goed of fout doen.

Schrijfoefening:

Ik:

  1. Stel je netjes voor: wie ben ik?
  2. Omschrijf jezelf in vijf woorden
  3. Omschrijf je leven: wat zijn je hobby’s, je meest kenmerkende eigenschap, je beroep, studie, de belangrijke personen in je leven, je uiterlijke kenmerken
  4. Hoe ziet jouw familie je?
  5. Hoe zien jouw vrienden je?
  6. Wat is typerend voor je?

Als je je antwoorden bekijkt, zie je waarschijnlijk wel diverse invalshoeken, maar dat geeft niet. Een mens ontwikkelt zich en verandert, net als het weer.

Je ziel:

Dit is een uitgebreide oefening, ik geef je een paar vragen.

  1. wie ben ik?
  2. Waar sta ik voor?
  3. Wat houdt me bezig?
  4. Wat zijn mijn normen en waarden?
  5. Tot waar ga ik?
  6. Wat is mijn comfortzone?
  7. Waar vrees ik voor?
  8. Wat is de mooiste eigenschap van mij?
  9. Hoe eerlijk ben ik?
  10. Hoe belangrijk vind ik wat anderen van mij vinden?
  11. Hoe graag please ik anderen?
  12. Wat vind ik moeilijk?
    Wanneer geef ik grenzen aan?
  13. Waar ben ik trots op?
  14. Wat betekent liefde voor mij?
  15. Hoe ga ik om met kritiek?
  16. Waar word ik gelukkig van?

En zo gaat het nog even door: de uitgebreide versie vind je in mijn boek Pluk je Geluk.

Mindfullnessquote:

Ik ben wie ik ben. Wie ik ben is wat jij ziet, Wat jij ziet is wat jij oordeelt, Maar wat jij oordeelt dat ben ik niet.

Ik heb nog een leuk verhaaltje voor je ter inspiratie:

Er was eens een oude Indiaan, die elke avond bij het vuur met zijn kleinzoon praatte over het leven. Op een avond vertelde hij het verhaal over de strijd die zich binnen ieder mens afspeelt. “Zoon,” zei hij, die strijd gaat over twee wolven. De eerste wolf heet Kwaad. En dat beslaat alles dat gaat over angst, woede, afgunst, jaloezie, verdriet, hebzucht, arrogantie, zelfmedelijden, schuld, wrok, minderwaardigheid, leugens, valse trots, superioriteit en ego. Deze wolf leeft in ieder mens, hem proberen te negeren heeft geen zin. En blijven zal hij ook altijd, hij hoort bij het leven.”

De Indiaan pauzeerde even, en vervolgde zijn verhaal. Hij wilde zeker weten dat zijn kleinzoon goed luisterde, want dit was misschien wel de belangrijkste les die hij de kleine jongen wilde meegeven in het leven. Toen hij zag dat de jongen geinteresseerd naar hem keek, ging hij verder. “De andere wolf heet Goed. En die wolf staat voor vreugde, vrede, hoop, liefde, sereniteit, nederigheid, saamhorigheid, trouw, nederigheid, compassie, vriendelijkheid, waarheid, grootmoedigheid en geloof. Ook deze wolf leeft in ieder mens, al is het soms moeilijk om hem te vinden. Maar blijven zal hij altijd, hij hoort bij het leven.”

De kleinzoon dacht even na en vroeg vervolgens: “Maar grootvader, als beide wolven bestaan, en altijd in strijd zijn met elkaar, welke wolf wint dan uiteindelijk?”
De oude Idiaan antwoordde eenvoudig: “De wolf die jij voedt.”