Voor mijn nieuwe boek reisde ik naar Montreux. Ik had al vaker over het historische Institut Monte Rosa gehoord en wilde de school dolgraag bezoeken. Maar omdat privacy er op zo’n internationale boarding school vanzelfsprekend belangrijk is, verwachtte ik eerlijk gezegd niet dat ik er zomaar binnen zou komen. Ik trok de stoute schoenen aan en schreef de directeur Alexandre Gademann. Ik vertelde hem over mijn roman, mijn fascinatie voor kostscholen en de research die ik voor het verhaal wilde doen. En toen gebeurde er iets waar ik als schrijver alleen maar ontzettend blij van kon worden: Alexandre nodigde mij uit voor een interview én een rondleiding.
Wat doe je dan? Je pakt zo snel mogelijk je koffers en vliegt naar Montreux.
Mijn fascinatie voor boarding schools begon namelijk al veel eerder. Toen ik zeventien was, ging ik naar Zwitserland om Frans te leren. Ik verbleef op een summercamp en sliep daar intern. Mijn roommate was een Japans meisje dat al vanaf haar twaalfde op een die internationale boarding school zat.
Ik vond dat als zeventienjarige ontzettend fascinerend. Waarom stuurden haar ouders haar op zo’n jonge leeftijd naar een ander land? Hoe was het om vanaf je twaalfde samen te wonen met kinderen uit allerlei delen van de wereld? Wat doet het met je als je je ouders niet iedere avond om je heen hebt, maar je leven grotendeels deelt met leeftijdgenoten die een totaal andere achtergrond hebben? Die vragen zijn eigenlijk nooit helemaal verdwenen.
Een internationale boarding school heeft natuurlijk allerlei aantrekkelijke kanten. Je leert zelfstandig worden, spreekt meerdere talen en maakt vrienden uit landen en culturen die je anders misschien nooit zou ontmoeten. Je leert omgaan met verschillen en ontwikkelt al jong een internationaal netwerk. En er zijn natuurlijk ook de avonturen: skiën in de bergen, samen op reis, sport, feestjes, eerste verliefdheden en alle vriendschappen en kleine drama’s die bij het opgroeien horen. Maar er is ook een andere kant.
Achter die prachtige gebouwen en internationale omgeving zitten twaalfjarige kinderen die soms duizenden kilometers van hun ouders verwijderd zijn. Kinderen die heimwee kunnen hebben, die voor het eerst alleen slapen en die op jonge leeftijd moeten leren zichzelf te redden. Juist die tegenstelling vind ik interessant. Een boarding school kan tegelijkertijd een enorme kans en een behoorlijk grote stap zijn. Je wordt er niet alleen opgeleid voor een beroep, maar ook gevormd als mens. Je leert samenleven met mensen die anders zijn opgevoed dan jij, ontdekt wat vriendschap voor je betekent en wordt steeds zelfstandiger. En misschien is dat wel een van de redenen waarom zulke scholen zo’n belangrijke rol kunnen spelen in het latere leven van hun leerlingen.
Voor mijn nieuwe boek wilde ik weten hoe zo’n school werkelijk voelt. Niet alleen hoe de buitenkant eruitziet, maar ook hoe het is om er te wonen. Hoe zien de slaapzalen eruit? Hoe ziet de eetzaal eruit waar iedere dag tientallen leerlingen samenkomen? Hoe zien de klaslokalen eruit? En hoe voelt het om ‘s avonds door zo’n gebouw te lopen als de meeste leerlingen naar hun kamers zijn. Ik wilde de details kennen die je niet uit een brochure haalt. De oude gangen, de historische foto’s van leerlingen die hier ooit hun tienerjaren doorbrachten, de klaslokalen, slaapzalen en gemeenschappelijke ruimtes. De indrukwekkende eetzaal waar generaties leerlingen samen aan tafel hebben gezeten. De karakteristieke trap, de hoge ramen en het prachtige glas-in-lood. Ook buiten vertelt de schitterende omgeving een verhaal. De tuin, de oude bomen, de sportfaciliteiten en natuurlijk het uitzicht over het Meer van Genève en de bergen. En ondertussen hoor je over de geschiedenis achter al die plekken.
Alexandre vertelde mij bijvoorbeeld over een zware storm waarbij het glas-in-lood bijna beschadigd raakte. Zo’n detail lijkt misschien klein, maar voor mij is het goud waard. Ineens zie je een scène voor je: een storm buiten, de wind die tegen de ramen beukt, leerlingen die binnen zitten en een gebouw dat kraakt terwijl niemand weet wat er zich tegelijkertijd ergens anders afspeelt.
Wat mij tijdens mijn bezoek ook sterk trof, was hoe internationaal de school door de jaren heen is geweest. Alexandre vertelde over leerlingen uit onder meer Japan, Venezuela, Saoedi-Arabië, Duitsland, Amerika, Rusland en Oekraïne. Ook kinderen van diplomaten, ondernemers en zeer vermogende families kwamen hier terecht, evenals kinderen uit koninklijke en aristocratische families. Sommige kinderen werden juist naar Zwitserland gestuurd omdat hun ouders hen in hun eigen land niet voldoende konden beschermen. Dat geeft zo’n school een heel andere betekenis. Want het gaat niet alleen over onderwijs of een bevoorrechte levensstijl. Het gaat ook over kinderen die op jonge leeftijd een heel nieuw leven moeten opbouwen. Ze komen vanuit verschillende landen en achtergronden samen onder één dak en moeten het met elkaar zien te vinden. Ze sluiten vriendschappen, hebben natuurlijk ook ruzie, worden verliefd en leren ondertussen steeds meer over de wereld én over zichzelf. Juist doordat ze zo jong met zoveel verschillende culturen in aanraking komen, worden ze op een bijzondere manier voorbereid op hun latere leven. Want sommige leerlingen groeien uiteindelijk uit tot mensen die daadwerkelijk invloed hebben op de wereld. Juist daarom vind ik het interessant dat kinderen die in zo’n bevoorrechte omgeving opgroeien, ook leren dat privilege niet alleen iets is om van te genieten, maar dat het je de mogelijkheid geeft om iets voor anderen te betekenen. Dat internationale netwerk is onderdeel van de wereld die ik voor mijn boek wilde begrijpen.
En dan is er natuurlijk Montreux zelf. De omgeving is bijna te mooi om niet te gebruiken. Vanuit de regio kun je naar plekken als Rochers-de-Naye, Leysin, Les Diablerets, Gstaad, Verbier en Chamonix. Skiën, sporten en samen de bergen in trekken kunnen zomaar onderdeel worden van het leven van leerlingen. Ik zag tijdens mijn bezoek dan ook onmiddellijk scènes voor me. Een groep meisjes die na een dag skiën terugkomt op school en ‘s avonds stiekem met een Ouija-bord gaat zitten. Een gesprek in een skilift dat eigenlijk niemand had mogen horen. Een jongen die tijdens het diner ontbreekt. Een stiekem briefje die maanden later wordt gevonden. Een sneeuwstorm waardoor de wereld buiten de school ineens afgesloten raakt. Mijn fantasie sloeg op hol.
Monte Rosa heeft een geschiedenis die teruggaat tot 1874. De school veranderde in de loop der tijd en kreeg in de jaren zestig de naam Institut Monte Rosa. In 1964 werd de school co-educatief. Maar de geschiedenis is nog steeds overal voelbaar. Ook de familiegeschiedenis rondom de school intrigeert me: de oude familie Les Essarts, de latere Gademann-periode en de vele generaties leerlingen die hier hun vormende jaren hebben doorgebracht. Alexandre vertelde mij bovendien over zijn grootmoeder, die voor de leerlingen bijna als een moeder was. Ze zorgde ervoor dat alles tot in de puntjes geregeld was en bekommerde zich om de kinderen alsof het haar eigen kinderen waren. Dat raakte me echt. Want uiteindelijk is een kostschool natuurlijk veel meer dan een gebouw. Voor een kind dat ver van huis woont, wordt het een tijdelijk thuis. De mensen die daar werken en de vrienden die je er maakt, kunnen daardoor een veel grotere rol in je leven krijgen dan je vooraf misschien had gedacht. Juist dat menselijke aspect wil ik meenemen in mijn boek.
En dan is er nog Château de Chillon, aan de oevers van het Meer van Genève. Het middeleeuwse kasteel heeft een geschiedenis die teruggaat tot de twaalfde eeuw en was eeuwenlang verbonden aan het Huis van Savoye. Het werd later ook beroemd door de gevangenschap van François Bonivard, die Lord Byron inspireerde tot zijn gedicht The Prisoner of Chillon. Ik zag een plek met eeuwen aan macht, families, geheimen en verhalen. Een kasteel aan het water. Een kostschool in de bergen. Meisjes uit Zuid-Amerika, Afrika, Azië en Europa. Ook kwam ik tijdens mijn research uit bij de Zwitserse schrijfster Eveline Hasler. In haar roman Königssohn onderzoekt ze een intrigerende, maar nooit bewezen historische mogelijkheid rond de Deense kroonprins Christian Frederik en Hans Christian Andersen: het idee dat de kroonprins mogelijk de biologische vader van Andersen was. Niet de officiële geschiedenis dus, maar de geschiedenis die misschien achter de officiële geschiedenis schuilgaat.Dat soort vragen intrigeren me mateloos. Want wat als een kind officieel niet bestaat, terwijl mensen die dichtbij het verhaal staan weten dat het er wel degelijk is? Nu sloegen de radartjes in mijn hoofd natuurlijk helemaal door en sindsdien ben ik bijna iedere avond bezig met mijn nieuwe boek: de tijdlijnen, de indeling van de hoofdstukken, de plotwendingen, het personage-web, de geheimen en de verschillende codes die in het verhaal een rol spelen.
De echte Monte Rosa en mijn fictieve kostschool zijn natuurlijk niet hetzelfde. Mijn personages, familiegeschiedenissen en geheimen zijn mijn eigen verhaal. Maar het bezoek aan Monte Rosa heeft me laten zien hoe zo’n school kan voelen en waarom de mensen die er hebben gewoond haar soms een leven lang met zich meedragen. Ergens tussen die oude foto’s, het Meer van Genève en de bergen begon mijn eigen verhaal zich steeds verder te vormen. Ik ben Alexandre Gademann van Institut Monte Rosa dan ook ontzettend dankbaar voor deze bijzondere en inspirerende rondleiding. Ik beloof dat ik dit prachtige verhaal en de generaties leerlingen die hier ooit hun vormende jaren hebben doorgebracht, in mijn boek met de waardigheid en aandacht zal behandelen die ze verdienen. Ik heb diep respect voor deze bijzondere boarding school, haar geschiedenis en de mensen die haar door de jaren heen hebben gevormd.
Seven Soul Sisters. Een jongen die is verdwenen. Een geheim. Een kostschool. En een nacht die niemand ooit helemaal heeft kunnen vergeten. En een reünie vijfentwintig jaar later. Ik kan natuurlijk nog niet alles vertellen. Maar één ding weet ik inmiddels zeker: na mijn bezoek aan Montreux weet ik precies waar mijn volgende boek begint.

